De Nieuwe Boerenfamilie

Of je worst lust (en SLA en bier): dag 3 van de Boerenversneller

Na een intensieve tweedaagse zo ver mogelijk van de stad vandaan - in Hornhuizen, Groningen - komen de veertien deelnemers van de Boerenversneller naar Amsterdam voor hun derde dag: boer zoekt familie. Ze gaan in gesprek met uiteenlopende ondernemers in de stad, die ieder op een eigen manier op een bepaalde trend zijn ingesprongen. Van SLA tot Brandt & Levie en van boer tot bier - dit was dag drie van de Boerenversneller.

Op ov-fietsen heel Amsterdam door!

Weg met de romantiek

Dag drie van de Boerenversneller begint in Spring House, de thuishaven van Food Hub, waar de boeren worden opgewacht met koffie en twee sprekers: Drees Peter van den Bosch (korteketenspecialist, o.a. Willem en Drees) en Ariane Kaper (Marqt). Drees zegt dat hij jaloers is op de deelnemers: ‘Zo fijn dat jullie je problemen niet in je eentje hoeven op te lossen.’ Hij trapt af met een pleidooi voor korte ketens in de voedselwereld, maar dan niet op de ‘klassieke’ manier: ‘Geen foto’s van boeren meer alsjeblieft, geen houten kratjes, niet die valse romantiek.’ Volgens hem gaan korte ketens niet over de afstand in kilometers of over het aantal kilometers, maar over macht. Heeft de producent in een keten echt iets te zeggen?

Drees Peter van den Bosch.

Drees Peter van den Bosch.

‘Sojamelkboer’ Tom wil weten wat het marketingsbudget van Willem en Drees is - een vraag die hij vandaag nog vaker zal stellen. Maar Drees vertelt dat ongeveer 80% van de aandacht voor het merk free publicity was, en nog steeds is. Hij raadt Tom hetzelfde aan: ‘Een melkveehouder die sojamelk gaat produceren - dat is briljant! Met dat verhaal moet je op ieder podium klimmen dat je kan vinden.’

Ariane Kaper (Marqt).

Ariane Kaper (Marqt).

Ariane Kaper is Impact & Sustainability Manager bij ‘Marqt met een q’ - ‘en we zijn geen onderdeel van Ahold, zoals ik hier net al hoorde’. En nee, Marqt is ook niet biologisch, want ‘een keurmerk is geen doel op zich’. Wat Marqt wel uniek maakt: leveranciers heten partners en er worden alleen producten ingekocht die voldoen aan Marqt’s eigen checklist, waarop eerlijke handel, dierenwelzijn, natuur en milieu hoog in het vaandel staan. Wat wil zij de veertien boeren meegeven? ‘Wees transparant, zorg dat je je eigen keten helemaal overziet en begrijpt, dus ook waar je voer vandaan komt. En zeg alsjeblieft nooit: dit is een duurzaam product. Want wat bedoel je ermee, wat maakt jouw product anders?’

Soja heaven

Daarna is het tijd voor een tour door het Chinatown van Amsterdam, onder leiding van Melissa Korn (ikeetcultuur). Zij laat de deelnemers Chinese broodjes proeven die exotisch lijken, maar eigenlijk ‘gewoon’ bestaan uit (Nederlandse?) tarwe en varkensvlees. In toko Dun Yong op de Zeedijk krijgen de deelnemers de opdracht om een product te vinden waarin ‘hun’ product (varken, kip, melk…) verwerkt is. Dat valt nog niet mee. Melkveehouders Joost en Siebe beproeven hun geluk bij de diepvriesafdeling: ‘Zouden ze kaassoufles hebben?’ Maar behalve paneer is er in de hele toko geen kaas te vinden. Theo vraagt het toko-personeel of ze ook varkensoren verkopen, maar ook hij krijgt nee te horen. ‘Maar die incourante delen eten ze toch juist in China zo graag?’ vraagt Iris zich verwonderd af.

Johan Leenders op zoek naar producten met kip.

Johan Leenders op zoek naar producten met kip.

Cornelis Mosselman.

Cornelis Mosselman.

Akkerbouwer Stefan heeft Chinese spinazie gevonden: ‘wat zou het verschil zijn met die van mij?’ Melkveehouder Gerard doet inspiratie op: hij vindt een flesje Chinese ijsthee met melk. Vijf euro voor een liter, dus misschien wel een nieuw verdienmodel? Voor Tom was de toko ‘soja heaven’, maar dat maakte het juist lastig voor hem: ‘Ik dacht dat ik google wel had uitgespeeld, maar je kan nog veel meer met soja doen dan ik dacht. Terwijl ik juist behoefte heb aan focus.’ Voor melkveehouder en stieren-verwaarder Liane was het zoutvlees een eye-opener: veel langer houdbaar.

En wat moeten de boeren hier nu mee? Zoutvlees, ijsthee-met-melk of paneer in de Nederlandse markt gaan zetten? Melissa wijst erop dat al deze producten een bepaalde culturele lading hebben; ze staan in een traditie waar je je als producent bewust van moet zijn.

Op tokotour met Melissa Korn (ikeetcultuur).

Op tokotour met Melissa Korn (ikeetcultuur).

Geen SLA zonder tomaten

Door naar een ander cultureel verschijnsel: saladebar SLA. Misschien wel het toonbeeld van de ultieme stedelijke hipster-lunch. In 2015 ging de eerste winkel open (aan de Ceintuurbaan, waar we vandaag ook te gast zijn) en inmiddels hebben oprichters Jop van de Graaf en Nina Pierson veertien winkels, ook buiten Amsterdam. Jop vertelt de boeren hoe het was en is om te pionieren met een food-concept. Niet altijd even makkelijk, blijkt algauw: de vraag naar vers en gezond (afhaal)eten groeit, maar de concurrentie natuurlijk ook. De typische SLA-consument is bovendien bijzonder kritisch.

Vlnr: Siebe van de Crommert, Cornelis Mosselman en SLA-oprichter Jop van de Graaf.

Vlnr: Siebe van de Crommert, Cornelis Mosselman en SLA-oprichter Jop van de Graaf.

Iris Bouwers.

Iris Bouwers.

Kritisch, dat zijn de Boerenversneller-deelnemers ook. ‘Hoe bewaak je je transparantie als je zo hard groeit?’ ‘Vind je jullie concept zelf een voorbeeld van een korte keten?’ ‘Waarom denk je dat jullie klanten terugkomen?’ De vragen vliegen Jop om de oren. Transparantie is een groot goed, en een reden waarom klanten terugkomen, en nee, SLA is eigenlijk geen voorbeeld van een korteketenbedrijf. Dat zou hij overigens wel willen, benadrukt Jop. ‘Maar zou je dan ook bereid zijn om de risico’s te delen?’ wil Iris weten. ‘Zou je kunnen communiceren dat de oogst mislukt is, en dat er daarom tijdelijk geen tomaat in jullie sla zit?’ Daar denkt Jop lang over na. ‘Tomaten kunnen we echt niet missen,’ zegt hij. ‘Maar het verhaal achter onze groente zou ik wel veel beter willen vertellen. Aan de andere kant: ik wil ook niet elke dag veertien verschillende leveranciers hoeven bellen.’ Hij drukt de boeren dan ook op het hart om zich te verenigen in een collectief, en niet allemaal afzonderlijk contact te zoeken met groothandels of afnemers.

Joszi wil ten slotte weten hoe Jop naar de eiwittransitie kijkt: is vegetarisch en veganistisch eten een trend? ‘Geen trend, maar de toekomst,’ weet Jop zeker. ‘Maar dat gaat niet van de hak op de tak, daarom verkopen we ook salade met kip en zalm. Mensen komen hier voor een goede salade, niet voor vegan eten.’

En door!

En door!

Van runderwang naar varkensbloed

Tijdens de lunch - Theo vreest even dat die vegan is, maar nee, RIJKS-chef Joris Bijdendijk serveert ons naast Hollandse bonencassoulet ook runderwang - lopen de discussies steeds hoger op. Onder het genot van een bijzondere amuse van peer en pistache raakt een aantal deelnemers in gesprek over het doel van boer-zijn. Het gaat van ‘ik zou nooit iets kunnen verkopen puur om daar geld mee te verdienen’ tot ‘vlees of stenen produceren, dat zou mij eigenlijk niet uitmaken, als ik mijn familie maar kan onderhouden’. Ondertussen schuift Bijdendijk aan bij de boeren voor een gesprek over wederzijdse behoeftes. Hij kookt met bijna alleen maar Nederlandse producten, en kent vrijwel alle producenten persoonlijk. Het gesprek aan tafel: wat kunnen boeren doen om op het niveau van een sterrenchef in te spelen? En willen ze dat überhaupt?

In gesprek met Joris Bijdendijk in RIJKS restaurant.

In gesprek met Joris Bijdendijk in RIJKS restaurant.

Hollandse bonencassoulet.

Hollandse bonencassoulet.

Na de lunch fietsen de deelnemers naar een bedrijventerrein in het westen van Amsterdam, waar worstmakerij Brandt&Levie huist. Oprichter Samuel Levie ontvangt de boeren met een plank vol heerlijke charcuterie (‘Zodat jullie geen kritische vragen meer stellen’) en het verhaal over zijn onderneming. Een kleine ambachtelijke worstmakerij van drie vrienden groeide uit tot een razend succesvol food-merk, waarin de hele keten van varkensvlees betrokken is. Samuels les voor de boeren: verzamel verschillende types om je heen, zorg dat je elkaar aanvult. En bedenk goed in welke markt je je wil positioneren. Als voorbeeld haalt hij flesjes kombucha tevoorschijn - een nieuw merk uit de koker van de Brandt&Levie-oprichters. ‘We kunnen dit als fancy frisdrank neerzetten, als iets culinairs, of we kunnen ons in de alcoholvrije markt naar binnen wurmen. Ik zou wel willen dat iedereen dit drinkt in hippe clubs, maar aangezien ik daar zelf nooit meer kom, is dat niet wat het beste bij mij past.’

Brandt&Levie-oprichter Samuel Levie.

Brandt&Levie-oprichter Samuel Levie.

Tom Grobben.

Tom Grobben.

Zoals te verwachten viel gaan vooral de varkenshouders (Iris en Theo) stevig in discussie met Samuel. Waarom wil hij kleinschalig slachten? Waarom zet zijn merk zich zo af tegen de gangbare varkenshouderij? ‘Daar word ik niet blij van,’ aldus Theo. ‘En ik word niet blij van de gemiddelde gangbare varkensstal,’ antwoordt Samuel. ‘Dat zou nooit mijn keuze zijn. Binnen mijn merk is alles mijn keuze.’ Theo houdt een pleidooi voor zijn manier van boeren, geeft aan dat hij van alles doet om het welzijn van zijn dieren te vergroten. Dat kan zo zijn, aldus Samuel, ‘maar wij hebben een hele andere consument. Wij verkopen vlees, maar tegelijkertijd is onze boodschap: eet minder vlees.’ Zijn boodschap richting Theo is niet dat die iets verkeerd doet, maar eerder dat het geen schande is om een duidelijke doelgroep te hebben.

Tom Grobben, Stefan Maerman, Gerard Mul & Sander Veldhorst.

Tom Grobben, Stefan Maerman, Gerard Mul & Sander Veldhorst.

Liane van Steeg & Johan Leenders.

Liane van Steeg & Johan Leenders.

Liane zit druk mee te schrijven als Samuel vertelt hoe hij zijn producten verwaardt. ‘Wat zou je doen met een stier van een jaar oud?’ vraagt ze uiteindelijk. Daar hoeft hij niet lang over na te denken: ‘Opeten!’ Hij verzint ter plekke twee producten die Liane van haar kalfsvlees zou kunnen maken: pastrami en bresaola. Staat genoteerd.

De Prael

Van al dat discussiëren krijgt een mens dorst. De laatste stop van deze derde Boerenversneller-dag: brouwerij De Prael. Oprichter Fer Kok was hobbybrouwer maar vooral psychiatrisch verpleegkundige, en realiseerde zich dat dat samen kon gaan. Zo hoeven mensen met een psychiatrische achtergrond niet bij ‘zielige bedrijfjes’ te werken, maar kunnen ze het stoerste werk denkbaar doen: speciaalbier brouwen. Fer vertelt honderduit over alle uitdagingen die deze bijzondere combinatie met zich meebrengt, maar vooral over wat er zo mooi aan is. ‘Ik gun iedere stad in de wereld een Prael’, zegt hij trots. Een aantal van de deelnemers overwegen ook een zorg- of opvangcomponent op hun bedrijf. ‘Als je maar niet denkt dat je daarmee de loonkosten kan drukken,’ waarschuwt Fer. ‘Dit is de minst aaibare doelgroep in de zorg, je moet er echt helemaal achter staan.’

Laatste stop: bier bij Brouwerij de Prael.

Laatste stop: bier bij Brouwerij de Prael.

Tijdens de volgende tweedaagse, eind april, gaan de deelnemers serieus aan de slag met hun eigen plan. Maar eerst: alles verwerken wat ze vandaag gezien en gehoord hebben. Met een versgetapt Prael-biertje wordt er geproost op de derde dag van de Boerenversneller.


De zoektocht naar agrarische innovatie: dag 1 en 2 van de Boerenversneller

Ze moesten ervoor door weer en wind naar het absolute noorden van Groningen reizen. De veertien deelnemers aan de Boerenversneller, het agrarische innovatieprogramma van platform De Nieuwe Boerenfamilie, werden meteen uit hun geografische comfort zone gehaald. In Hornhuizen, een dorp met nog geen tweehonderd inwoners, stond ze een intensieve tweedaagse te wachten, waarin zijzelf, hun bedrijf en hun opvattingen compleet binnenstebuiten gekeerd werden.  

Deelnemers Siebe van de Crommert (l) en Stefan Maerman.

De Boerenversneller?

In de startupwereld is het een bekend fenomeen: een accelerator waarmee (beginnende) bedrijven in een noodtempo hun businessplan op scherp stellen en daarmee zo snel mogelijk de weg naar investeerders betreden. Ondertussen ziet die hippe wereld één sector stelselmatig over het hoofd: de landbouw. Innovatieve food-startups zijn er te over, maar het lijkt zelden te gaan over dé ondernemer in de primaire sector: de Nederlandse boer. Daar wil De Nieuwe Boerenfamilie verandering in brengen. Met een accelerator, oftewel een versneller, speciaal voor agrarisch ondernemers. De Boerenversneller dus. De veertien deelnemers van deze eerste editie hebben totaal uiteenlopende profielen: van een gangbare varkenshouder tot een jonge ondernemer die zelf sojamelk gaat produceren. Niet alleen voor deze veertien agrarisch ondernemers is de Groningse tweedaagse een zoektocht - ook voor Food Hub, het projectbureau achter De Nieuwe Boerenfamilie. ‘Met de Boerenversneller willen we veertien goede voorbeelden ontwikkelen die de voedseltransitie verder helpen, en invulling geven aan nieuwe samenwerkingen in de agrarische sector’, aldus Joris Lohman (Food Hub). ‘Wat duurzame landbouw is, is een moeilijke en grote vraag. Wij willen graag transparant zijn over hoe we daar in dit project invulling aan geven.’

Liane van Steeg.

Van €100 naar €500

Want hoe doe je dat dan, boeren versnellen? Om te beginnen laat je de boeren naar Wongema komen, de werkplek waar ze deze dagen slapen, eten, denken, luisteren, praten, plannen maken. Bedenker en eigenaar Erik Wong verruilde Amsterdam voor het vlakke Groningse land, omdat hij de omgeving zo ‘mooi en leeg en opwindend’ vond. Juist de akkerbouw maakt het hier mooi, de wisseling van de seizoenen, zegt hij in zijn welkomstwoord. Een aantal van de net gearriveerde boeren knikt instemmend.

‘We zijn al jaren bezig met programma’s waarin boeren en niet-boeren samenwerken,’ zegt projectleider Yvonne Faber (Food Hub) als de boeren met koffie en thee klaarzitten voor de kennismaking. ‘En we weten dat dat allerlei moois oplevert.’ Het voorstelrondje levert in elk geval al genoeg moois op. Elke boer is gevraagd om zich voor te stellen aan de hand van een meegebracht voorwerp. Er staat een halfuur voor, maar daarbij is kennelijk geen rekening gehouden met praatgrage boeren vol verhalen over hun bedrijf. Van familiegeschiedenis tot toekomstdromen, alles komt voorbij. Wat opvalt: veel van de deelnemers beginnen hun verhaal met de mededeling dat ze vroeger nóóit dachten dat ze het bedrijf van hun ouders gingen overnemen. De meesten hebben eerst iets anders gedaan, of doen dat nog steeds. Joost werkt als innovatiecoach in het bedrijfsleven, Boy is naast boer geluidstechnicus en maakt programma’s voor Radio 4. Het zijn veelal jonge mensen, die zijn opgegroeid op een boerderij maar zelf voor een andere wereld kozen. En nu begint het toch te kriebelen, die boerderij. Volgens Siebe - de benjamin van de groep, bijna 25 - is 30 de perfecte leeftijd om het bedrijf van je ouders over te nemen. Vóór die tijd wil hij zijn visie scherp hebben, dus hij heeft nog even. Hij heeft een verrekijker meegebracht als voorwerp – vanwege die visie, snap je. Grappig toeval: ook boer Sander heeft een verrekijker mee, ‘om de kat uit de boom te kijken’. Hij doet mee aan de Boerenversneller omdat hij een nieuwe richting zoekt voor het akkerbouwbedrijf van zijn ouders.

Maar er zijn ook ‘echte’ boeren bij. Zoals Cornelis, die vaak genoeg moet uitleggen wat er ‘gewoon’ is aan zijn ‘gewone’ akkerbouwbedrijf in Ooltgensplaat. Zelf zoekt hij graag mensen van buiten de sector op, ‘die brengen je toch op de beste ideeën’. En boer Stefan, die een paar zware jaren achter de rug heeft met zijn bedrijf, en nu overweegt om van bio terug naar gangbaar te gaan. Boer Annette is blij dat ze goed kan rondkomen van alle vormen van recreatie op haar boerderij, maar is in haar hart vooral boer. ‘Het rendement op de natuur inclusieve voedselproductie op onze boerderij blijft achter, terwijlmensen wél bereid zijn om geld uit te geven aan recreatie. Daar zit iets scheef.’ Deelnemer Iris (gemengd bedrijf in Drenthe) heeft als object haar laptoptas meegenomen: ‘Ik heb geleerd dat als je iets wil veranderen, dat je dan gewoon je tas moet inpakken en moet gaan.’

Overleg. Vlnr: Sander Veldhorst, Siebe van de Crommert, Stefan Maerman en Annette van Gaalen.

Bart van den Broek.

Boer Theo, varkenshouder in Nijkerk, heeft nogal spraakmakende objecten meegebracht: een briefje van €100 en een briefje van €500. Die €100 is wat de consument wekelijks aan voedsel wil uitgeven, maar dat is volgens Theo lang niet genoeg: het zou €500 moeten zijn. Goed dat hij ‘toevallig geld op zak had’ om dit punt te kunnen maken. De andere deelnemers lachen: ‘Het eerste rondje is van jou he!’

Persoonlijk leiderschap

Alle boeren lopen rond met een meer of minder concrete vraag, een plan, een zoektocht voor hun eigen bedrijf. Maar voordat ze daarmee aan de slag gaan, onderzoeken de deelnemers eerst zichzelf. Wie zijn zij, wat voor ondernemers zijn ze en hoe kunnen ze vanuit persoonlijk leiderschap verandering doorvoeren? Voor de sessie persoonlijk leiderschap is Joszi Smeets ingevlogen, een van de oprichters van Food Hub en al jaren bezig met coaching en educatie. De sessie begint veilig, met een denkbeeldige lijn waarop de boeren zichzelf moeten opstellen: op leeftijd, geografische spreiding, etc. Maar de opdracht ‘maak een lijn van minst naar meest ervaren boer’ roept al meteen vragen op. Joost zet zichzelf op ‘minst ervaren’: ‘Ik ben er dertien jaar niet mee bezig geweest. En als ik jullie hoor praten over je bedrijf, dan realiseer ik me dat mijn ideeën nog helemaal niet concreet zijn.’ En ook de lijn van ‘de stad’ naar ‘het tegenovergestelde daarvan’ lokt discussie uit. Wat bedoel je daarmee, vragen de deelnemers aan Joszi, het tegenovergestelde van de stad? ‘Is dat als je nog nooit in de metro hebt gezeten ofzo?’

Tom Grobben.

Na de positiebepalingen is het tijd om even te focussen. Wel op een voedsel-manier, natuurlijk. Minutenlang horen we niets anders dan het zachte raspende geluid van appels die geschild worden. ‘Probeer hier te landen,’ zegt Joszi. ‘Laat alle gedachten over dit weekend varen, en focus op deze ene appel.’ Te zweverig voor een boer, misschien? De volgende dag, tijdens een gesprek over trends in de voedselwereld, blijkt juist hoe concreet deze opdracht is ervaren: ‘Het verhaal om die appel heen maakt ‘m anders. Zo moet je dus ook je concept of product in de markt zetten’, realiseert Stefan zich.

Stefan Maerman.

De rest van de middag houden de deelnemers zich bezig met het opstellen van een groepscontract, ze schrijven brieven aan zichzelf, maken een dialoogwandeling door het verwaaide Hornhuizen en worden bovenop de kerktoren aan de tand gevoeld over hun belangrijkste reden om aan dit traject mee te doen. ‘s Avonds kookt kok en verhalenverteller Wilbert van de Kamp een bijzonder boerendiner, met onder andere geitenvlees, aardappels in de schil en speltrisotto van een boer uit de buurt. ‘Veel van de producten waar ik mee werk zijn tot stand gekomen door bijzondere samenwerkingen,’ vertelt hij de boeren. De inspiratie ligt hier zelfs op hun bord.

Van persoonlijke transitie naar bedrijfsvernieuwing

Joris Lohman opent dag twee, met een vraaggesprek over trends en ontwikkelingen in de voedselsector. Joris staat bekend om zijn ‘transitieverhaal’, dat de boeren van tevoren in een online college hebben kunnen horen. Zeer kort samengevat luidt de transitietheorie ongeveer als volgt: het huidige voedselsysteem, het ‘regime’, wordt onder druk van allerlei externe factoren langzaam omgevormd tot een nieuw systeem. Daar zijn ‘nichespelers’ voor nodig, pionierende ondernemers en bedrijven die inspelen op die veranderingen - zie afbeelding hieronder.

Boer Liane vond het ‘een heel helder verhaal’; Cornelis ‘hoopt dat het waar is’; Stefan vind het allemaal mooi klinken, maar wil het eerst werkelijkheid zien worden. Joris erkent dat de stap van visies en plannen, waar de transitietheorie er natuurlijk ook een van is, naar concrete uitwerking het moeilijkste gedeelte is. Wat hem helpt is om vooruit te kijken, te weten dat het 30 jaar kan duren maar dat er wel degelijk transitie plaatsvindt. En voor Joost is er nu al een licht opgegaan: ‘Het enige wat ik kan doen is een van de kleine pijltjes [de nichespelers] zijn’.

Niet alle deelnemers zien direct hoe zij dit verhaal kunnen vertalen naar hun eigen bedrijf. ‘We maken het te moeilijk,’ aldus Cornelis. ‘Het kan ook met een simpel spruitje.’ Hij vertelt over zijn een collega in de buurt, spruitenteler, die zijn oogst persoonlijk over de hele wereld aan de mand brengt. Dat is het precies, zegt Joris: ‘We hebben meer succesvolle ‘pijltjes’ nodig, pioniers die een voorbeeld kunnen zijn.’ Joszi benadrukt nog eens dat de boeren van productniveau af moeten - een hype creëer je zelf. Bij Theo komt een idee op: ‘Er moeten dus gillende meisjes aan het hek staan bij Gerard (die zijn melk deels zelf verwerkt tot roomijs), die alleen maar dat ijs willen.’

Sessie met Joris Lohman van Food Hub.

Trotse kleinkinderen

‘s Middags komen twee van die succesvolle ‘pijltjes’ aan het woord: Ruud Zanders van innovatief kippenbedrijf Kipster, en Jaring Brunia, natuurinclusief boer en coach. Wat de twee ondernemers gemeen hebben, is dat ze vanuit een ‘luchtkasteel’ - een overtuiging, een geloof - hun bedrijf concreet vorm hebben gegeven. Wat ze konden bedenken, hebben ze gecreëerd. Volgens Jaring is vasthoudendheid essentieel voor het slagen van je idee. En voor Ruud is het een voordeel als je niet weet hoe iets werkt: ‘Dan kun je ook niet bedacht krijgen waarom het niet zou lukken.’

Jaring Brunia.

Net als veel van de deelnemers wist Jaring vroeger zeker: ik wil geen boer worden. En er was in zijn carrière als boer een moment waarop hij de boerderij wilde verkopen. Totdat hij zich realiseerde: ik moet mijn keuzes anders maken. Niet alleen kijken naar economisch rendement, maar naar het ‘geluksrendement’ van hemzelf als boer. ‘Als je 80 of 100 uur per week op een bedrijf werkt, mag dat bedrijf je toch zeker ook gelukkig maken,’ spoort hij de deelnemers aan. Natuurlijk maakt ook Jaring keuzes op basis van verdienmodel: zo wordt hij gesubsidieerd voor weidevogelbeheer. Maar dat zou hij niet doen als hij er niet gelukkig van werd. Jaring is een unieke spreker: een hybride tussen het boerenleven en het ‘succesdenken’ van geluksgoeroes als Michael Pilarczyk, die hij als inspirator aanhaalt. ‘De grootste transitie in de landbouw zit in de hoofden van boeren,’ eindigt hij zijn pleidooi. Het werkt aanstekelijk: de ene boer noemt Jarings verhaal ‘geniaal’ en de ander vuurt direct tientallen vragen op hem af.

Boy Griffioen.

Dan Ruud Zanders. Ruud zette samen met drie andere ondernemers Kipster op - hét succesverhaal van landbouwinnovatie van de afgelopen paar jaar. Aan de hand van de geschiedenis van Kipster vertelt hij over de waardevolle lessen die hij als ondernemer leerde. Hij geeft de deelnemers er een aantal mee. Zoek de dialoog met mensen en organisaties waar je het juist niet mee eens bent. Zorg ervoor dat juist die groepen uiteindelijk niets meer over je te klagen hebben, betrek ze vanaf het begin bij je plannen. ‘En dan is de Dierenbescherming nog relatief makkelijk, maar het is pas echt de kunst om met Wakker Dier in gesprek te raken’. Les twee: zorg ervoor dat je (klein)kinderen trots op je zijn. Al jaren probeert Ruud de logica te achterhalen achter intensieve veehouderij: waarom zou je goede grondstoffen aan dieren geven? In goed Brabants: het da wel nut? En les drie: vraag je af wie of wat je echt nodig hebt. Een goede kippenboer of heel iemand anders? Zoek buiten je eigen cirkel, drukt Ruud de boeren op het hart. Voor Theo is dat een eyeopener: ‘De meeste deelnemers hier willen gewoon zelf melkveehouder of akkerbouwer zijn, en ze willen wél zo’n concept als Kipster. Maar dat hoeven ze dus niet helemaal zelf op te zetten.’

Ruud Zanders van Kipster.

Het K-woord

Ook Frank Verhoeven oftewel Boerenverstand heeft de lange tocht naar Hornhuizen afgelegd. Zijn sessie gaat over de vraag: hoe geef je nou concreet gestalte aan kringlooplandbouw? Want als zelfs de minister er geen precieze invulling aan geeft, maar het wel overduidelijk ‘here to stay’ is, wordt het tijd om het erover te hebben. Frank heeft meegewerkt aan rekenmodellen en keurmerken voor kringlooplandbouw, zoals de Kringloopwijzer. Als geen ander weet hij hoe moeilijk het is om de gehele Nederlandse landbouw in één model te passen. En hoe moeilijk het is om goed bodembeheer te belonen. Akkerbouwers en veehouders moeten daarin meer samenwerken, aldus Frank. Akkerbouwers weten tenslotte veel meer van de bodem, en moeten zelf vragen om betere mest.

Sessie met Frank Verhoeven (Boerenverstand).

De conclusie van Franks verhaal is eigenlijk: wees eigenwijs. Vaar niet per se op de koers van de overheid, maar kies je eigen kringlooplandbouw-pad. En zoek de juiste partners om je eigen kringloop te sluiten. Bedenk steeds wie of wat je daarbij nodig hebt, binnen én buiten de sector. Aan het eind van Franks sessie worden de boeren aan het werk gezet. In kleine groepen - akkerbouwers en veehouders zoeken elkaar op - schrijven ze op welke stappen ze zelf kunnen zetten. En Frank belooft dat ze hem gedurende de hele Boerenversneller met vragen mogen bestoken.

Aan de keukentafel

En dan zijn de eerste twee dagen van de Boerenversneller alweer om. De deelnemers kruipen nog één keer rond de kachel en delen met elkaar wat ze als eerste vertellen als ze straks thuiskomen. ‘Ik ben blij dat ik even uit mijn bubbel ben gekomen,’ zegt Siebe. Boeren Bart en Sander zijn allebei blij met het warme bad, met het idee ‘dat we het niet alleen hoeven te doen’. Gerard wordt emotioneel als hij zijn belangrijkste leermoment deelt: ‘We zijn zo druk met het opzetten van een nieuw bedrijf, dat onze idealen helemaal naar de achtergrond waren verdwenen. Daar wil ik naar terug.’

Wat deze dagen opvalt, is de grote behoefte aan een open gesprek. De boeren komen echt om iets te leren. Soms is dat concreet en gedetailleerd, en gaat het gesprek bijvoorbeeld over de samenstelling van een bepaald type koeienvoer, maar even vaak treedt er verwarring op een abstracter niveau op: hoe definieer je een kringloop? Hoe kan ik dingen anders gaan doen op het bedrijf van mijn ouders? Wat is mijn rol in de samenleving als (jonge) boer? Op naar dag 3!

nbf-36.jpg

Joost van Schie en Annette van Gaalen.

Tom Grobben.

Cornelis Mosselman.

Cornelis Mosselman.